De Maatschappij en
genderdysforie
Hoewel toch een behoorlijk deel van de bevolking op een of andere wijze te maken heeft met
genderidentiteitsstoornis, immers 1 op 11.900 mannen en 1 op 30.400 vrouwen vallen volgens
een nederlands onderzoek
onder deze categorie, blijft het voor velen toch een taboe.
Er wordt met weinig kennis van zaken door de gemiddelde nederlander over gesproken en
vooral excessen worden breed
uitgemeten.
Voor een groot deel dient hier ook de hand in eigen boesem te worden gestoken. Enige
mate van met elkaar
optrekken, gezamenlijk de openbaarheid zoeken is nauwelijks voor de hand liggend.
Transgenders en transseksuelen
zoeken niet zo makkelijk de publiciteit, ze lossen hun problemen in kleine kring op en na
het verloop van het proces
van transitie verdwijnen ze zo snel mogelijk in de vergetelheid. Veelal overigens
ingegeven door de angst van harde
reacties door de maatschappij.
Het is ook niet mis wat aan opmerkingen op straat of in winkels of in uitgaansgelegenheden
wordt gemaakt richting de
mensen die in een transitiefase zitten.
Er zijn wel wat organisaties die de belangen van de groep
genderdysfore mensen probeert te behartigen maar dit zijn vaak ook organisaties die tevens
andere groeperingenvertegenwoordigen en dan sneeuwt de doelgroep waar we het hier over
hebben snel onder.
Genderdysforie in het nieuws
Journalisten zijn ook mensen en zijn als het gaat om kennis van zaken volstrekt niet
allemaal goed op de hoogte wat
genderdysforie eigenlijk inhoudt.
Soms wordt er een zeer goede documentaire gemaakt zoals dat is gebeurd over bijvoorbeeld
Valentijn. Dat maakt indruk maar dat
komt ook omdat de maakster zich langjarig heeft verdiept in het probleem.
Helaas komt het maar al te vaak voor dat er bij een nieuwsfeit over transseksualiteit
gebruik wordt gemaakt van
kreten als "omgebouwd" terwijl het toch zo simpel is om te spreken over het
aanpassen van een lichaam aan de
genderidentiteit. Als dit dan gebeurd zal ook uiteindelijk in de volksmond deze voor
transseksuelen kwetsende kreet
langzaam maar zeker gaan veranderen. Er zijn genoeg instellingen zoals
"transvisie" die, als journalisten vragen
hebben, daar goede antwoorden of verduidelijkingen op kunnen geven.
Journalisten en verslaggevers zijn nu bij uitstek mensen die de opinie van de bevolking
kunnen bijstellen.
We moeten in dit land af van de idee dat transseksualiteit eng en pervers is en dat je er
vooral over moet zwijgen
of met een grote boog omheen moet lopen. Het is geen ziekte maar een aangeboren ongemak
waar gelukkig heel veel aan
te doen is. Bovendien is het wettelijk zo dat na transitie een transvrouw gewoon vrouw is
en een transman gewoon man.
Door de lage organisatiegraad van de groep met genderdysforie ontbreekt het ook aan een
rechtstreekse spreekbuis en
daar ligt dus een schone taak weggelegd voor de groep om daar eens wat aan te gaan doen.
Genderdysforie en werk
Helaas zien we maar al te vaak dat mensen met genderdysforie in de arbeidsmarkt buiten de
boot vallen of dreigen te
vallen.
Al heb je de beste papieren dan toch is te constateren dat heel wat werkgevers toch nog
een probleem hebben om
transseksuelen in dienst te nemen of in dienst te houden en dat dan vooral ingegeven door
de angst wat andere
collega's daar wel van zullen vinden of wat klanten en relaties hier dan mee aanmoeten.
Uiteraard wordt er bij
afwijzing natuurlijk nooit officiëel aangegeven dat transseksualiteit de reden van
afwijzing is.
Misschien wel een beetje begrijpelijk maar toch eigenlijk volstrekt onacceptabel want
waarom capabele mensen buiten
de deur houden terwijl die net zo goed zowel niet beter zijn dan de mensen die binnen een
bedrijf werkzaam zijn.
Wergevers kunnen juist naar de werkvloer een voorbeeld functie vertonen waardoor
acceptatie ook veel makkelijker zal
zijn.
Bij UWV en CWI wordt de handdoek al snel in de ring gegooid als het gaat om de
reïntegratie in het arbeidsproces.
Natuurlijk is het zo dat er veel ongemakken zijn gedurende het transitieproces waar
werkgevers nu ook niet direct op
zitten te wachten maar na het transitieproces zijn de vrouwen en mannen toch gewoon weer
geheel inzetbaar.
Gelukkig zijn er ook witte raven onder de werkgevers en kunnen er ook verhalen van
successen worden gehoord maar het zijn er
nog te weinig.
Genderdysforie en relaties
Mensen met genderdysforie leiden vaak een eenzaam bestaan. Voor een deel is dat te
verklaren dat ze hun probleem
binnen kleine kring of geheel zelf willen aanpakken en oplossen.Ze zijn lange tijd vooral
ook met zichzelf bezig en
als er al sprake van een relatie is, komt dat onder hoge druk te staan. Hierdoor zie je
relaties dan ook vaak
stranden met heel veel pijn en verdriet wat dan ook weer een extra psychische druk op de
mensen legt.
Gelukkig zijn er ook partners waarvan de relatie al heel lang bestaat en waarbij op grond
van de opgebouwde liefde wordt besloten bij elkaar te blijven ook al is bij een van die
partners dus het lichaam niet meer hetzelfde en zal de sex ook anders beleefd moeten
worden.
Het vinden van een partner na de transitiefase is zeer wel mogelijk echter de voormalige
transen hebben uiteraard een verleden dat ze niet kunnen wegpoetsen of verdonkeremanen. En
als de relatie dan al tot stand komt is daar nog altijd de achterban van de nieuwe partner
waarvan dan moet worden besloten of die op de hoogte zal moeten worden gesteld en dat is
echt een moeilijke beslissing die genomen moet worden. Ook speelt bij een nieuwe relatie
ook nog eens het probleem dat een kinderwens niet meer kan worden gehonoreerd tenzij tot
adoptie wordt besloten.